Mijn adjudanten dat jaar waren Gé van Abel en Tonny Wilbers, dansmarietjes (Tanzmarietchen) waren Fransje Verheijen en Thea Holla.
’s Maandags naar de grote optocht in Goch. Er waren minstens 30.000 mensen; ook heel veel uit Gennep. Dat heb ik geweten. ’s Zondags had ik in Gennep duizenden koetjesrepen uitgegooid. Voor Goch had ik alléén maarf ure Verkade repen. De Gennepse mensen ontdekten dat en riepen: “Verrék Jan, gisteren hèdde oons ien Gennep zuut gehalde mit die slemiele koetjesrepen en hier gôdde duur doe.n”!
Wij hadden een hoge Prinsenwagen en moesten aansluiten achter de Prins van Goch. Dat hadden ze nooit moeten doen, want wij “trokken” al het publiek naar ons toe. Een wereldkapel hadden wij op de Prinsenwagen zitten. Boedi Niesten had 60 kleine flesjes cognac bij zich, een onvoorstelbare toestand. Nadien heeft Bombakkes ook nooit meer aan de optocht in Goch mee mogen doen.

